Uitdagingen bij de behandeling van invasieve schimmelziekten bij patiënten met hematologische maligniteiten: inzichten van ASH 2024
Tijdens de 66e jaarlijkse bijeenkomst van de American Society of Hematology (ASH) in 2024 presenteerde professor Sun Yuqian van het Peking University People's Hospital een belangrijk onderzoek naar invasieve schimmelziekten (bIFD) bij patiënten die een allogene hematopoëtische stamceltransplantatie (allo-HSCT) ondergingen in China. Het onderzoek, uitgevoerd in twaalf ziekenhuizen, werd gepubliceerd in het officiële tijdschrift van de ASH. Infectieziekten Vereniging van Amerika,Klinische infectieziekten (CID).

Het onderzoek, bekend als de CAESAR 2.0-studie, richtte zich op 2015 volwassen patiënten die tussen januari en december 2021 een allogene stamceltransplantatie (allo-HSCT) ondergingen. Het toonde aan dat 76,08% van de patiënten profylactische antischimmelmedicatie had gekregen, voornamelijk voriconazol (44,37%) en posaconazol (31,71%). Ondanks het wijdverbreide gebruik van deze antischimmelmedicijnen, vond de studie een jaarlijkse cumulatieve incidentie van invasieve schimmelziekten (IFD) van 6,3%, met een hoog sterftecijfer van 48,28%. Candida, Aspergillus en andere schimmels werden geïdentificeerd als de belangrijkste pathogenen die verantwoordelijk waren voor de infecties.
Professor Sun besprak ook de klinische uitdagingen die gepaard gaan met de diagnose en behandeling van doorbraak-IFD bij patiënten met hematologische maligniteiten. Doorbraak-IFD treedt op tijdens antischimmelprofylaxe, wat zowel de diagnose als de behandeling bemoeilijkt. Door het ontbreken van een gestandaardiseerde definitie variëren de incidentiecijfers van bIFD sterk, van 1% tot 42%. Deze discrepantie maakt het moeilijk om consistente diagnostische criteria en behandelprotocollen vast te stellen.
Een van de grootste uitdagingen die professor Sun benadrukt, is de complexiteit van de risicofactoren voor bIFD, waaronder langdurige neutropenie, steroïdgebruik en langdurig gebruik van meerdere antibiotica. Bovendien dekken de antischimmelmedicijnen die ter preventie worden gebruikt mogelijk niet altijd het volledige spectrum van potentiële ziekteverwekkers, en kunnen opkomende schimmelsoorten aan detectie ontsnappen vanwege de verminderde gevoeligheid van diagnostische tests zoals PCR- en GM-tests.
Professor Sun benadrukte het belang van vroege antischimmelbehandeling, vooral voor risicopatiënten met symptomen van infectie. Hij adviseerde om bij ernstig zieke patiënten met een vermoedelijke bIFD onmiddellijk te starten met empirische antischimmeltherapie, zelfs voordat laboratoriumresultaten beschikbaar zijn. Hij raadde tevens aan om andere antischimmelmedicijnen te gebruiken dan de profylactische behandeling om de effectiviteit van de behandeling te maximaliseren.
De bevindingen van de CAESAR 2.0-studie onderstrepen de noodzaak van verbeterde strategieën voor het beheersen van het risico op invasieve schimmelinfecties bij patiënten die een allogene stamceltransplantatie ondergaan, en de dringende behoefte aan vroege diagnose en interventie. Zoals professor Sun concludeerde, spelen bestaande antischimmelmiddelen weliswaar een essentiële rol, maar is de ontwikkeling van nieuwe therapieën en diagnostische instrumenten cruciaal voor het verbeteren van de patiëntuitkomsten. Nieuwe behandelingen, zoals Immunotherapie En nieuwe antischimmelmiddelen bieden mogelijk nieuwe hoop voor patiënten die vechten tegen deze levensbedreigende infecties.
Dit baanbrekende onderzoek naar bIFD benadrukt de aanhoudende uitdagingen waar artsen mee te maken hebben bij de behandeling van schimmelinfecties bij patiënten met hematologische maligniteiten en wijst op de cruciale noodzaak van voortdurende vooruitgang in zowel preventie- als behandelingsstrategieën.










